3. Wanneer moet je gaan
opletten?
-
Kat gaat vaker dan normaal op de bak
-
Kat zit (te) lang op de bak
-
Kat zit te persen op de bak
-
Kat zit op de bak te miauwen
-
Kat produceert maar kleine plasjes
-
Kat doet overal in huis plasjes
-
Kat poept (!!) buiten de bak
-
Kat heeft donkergekleurde of rode plas
Kat likt heel vaak aan geslachtsdeel
Zowel poezen als katers kunnen blaasontsteking
en/of blaasgruis krijgen.
HEEL BELANGRIJK:
Hou je kat binnen en observeer zijn
gedrag !!
Ga onmiddellijk naar de dierenarts
als je kat niet kan plassen!! Deze situatie kan levensbedreigend
zijn voor de kat.
Als de kat voortdurend op de kattenbak
gaat, zit te persen, klagend zit te miauwen, en maar heel kleine plasjes
doet, ga dan zo snel mogelijk naar de dierenarts.
Als een kat onzindelijk is, en overal
buiten de kattenbak plasjes doet, zul je állereerst een mogelijk
blaasprobleem moeten uitsluiten voordat je gaat denken aan zaken als territorium
afbakenen. Soms doet je kat wel z'n plas op de bak maar poept hij opeens
buiten de bak. Ook dát moet een waarschuwing zijn. Ga in zo’n geval
dus eerst naar de dierenarts en laat een urinecontrole doen.
Er is verschil tussen plassen
en sproeien:
Bij plassen gaat een kat altijd
in zithouding en plast op de ondergrond. Bij blaasontsteking zijn dat dan
meestal kleine plasjes.
Bij sproeien gaat een kat bij een
verticale oppervlakte staan, kromt de rug een beetje en sproeit met trillende
staart een beetje urine tegen dat oppervlak. Bij katers stinkt dit behoorlijk.
Zowel poezen als katers kunnen sproeigedrag vertonen.
VERHOOGDE KANS OP KRISTALLEN /
BLAASGRUIS:
Geslacht: poezen hebben vaker
last van blaasproblemen dan katers. Echter: katers hebben een lange smallere
plasbuis dan poezen, en verstoppen sneller.
Aanleg: als een kater last
heeft van gruis, let dan goed op het gedrag van broer of zus.
Leeftijd: tussen 1 en 2 jaar
oud komen de meeste klachten voor.
Gewicht: dikke katers lopen
groter risico.
Aktiviteit: luie katers lopen
meer risico.
Plasgedrag: katten die weinig
plassen, vormen sneller kristallen.
Drinken: weinig drinken geeft
geconcentreerde urine, meer kans op kristallen.
Voeding met veel magnesium
( o.a. runder/kippehart, maar ook blikvoer of brokken).
En vooral ook als uitsluitend
droogvoer gegeven wordt. |