TERUG VOLGENDE INDEX HOME EMAIL

 
7. Urineonderzoek.

Voor een betrouwbare uitslag is het belangrijk dat urine zo vers mogelijk is. Ik probeer zelf altijd een ochtendplas van Joris op te vangen als hij nog nuchter is. Doe de plas meteen na het opvangen in een schoon gesloten containertje in de koelkast, en ga zo snel mogelijk naar de dierenarts omdat anders de pH verstoord kan raken, en bijvoorbeeld neerslag van zouten kan ontstaan. Daardoor ontstaat een vertekend beeld. Mijn dierenarts wil graag een plas niet ouder dan zo'n 3 uren hebben.
Het is en blijft altijd een momentopname.

Tijdens het onderzoek worden de volgende zaken bepaald:

Urine-pH:
Met een dip-stick wordt de urine-pH (= zuurgraad) gemeten, en wordt o.a. aanwezigheid van bloedcellen, hemoglobine (= rode bloedkleurstof), glucose (suiker) en proteïne (eiwit) vastgesteld. De stick-test is niet altijd 100% betrouwbaar, maar geeft een goede indicatie. Een goede pH ligt tussen de 6.0 en 6.5 (uitgaande van een schaal van 1 t/m 10)
Is de pH hoger dan 7, dan heet dit alkalische of basische urine.
Is de pH lager dan 6, dan heet dit zure urine.
 

urinestick   -   Dierenkliniek de Toren

Soortelijk gewicht:
Daarna wordt met behulp van een refractometer gekeken naar de concentratie (soortelijk gewicht) van de urine.  Het soortelijk gewicht geeft aan of de urine erg geconcentreerd is (kat drinkt weinig, maar nieren werken goed), of juist erg waterig (kat drinkt veel,  slechte nierwerking of suikerziekte/diabetes).
 

refractometer  -  Dierenkliniek de Toren

De volgende waarden geven een indicatie voor de mogelijke(!) aan die waarden te verbinden conclusies. Het is dus maar een kapstok met vele uitzonderingen op de regel !:
 

Soortelijk gewicht tabel: Interpretatie:
1.000 - 1.005 zeer laag: mogelijk diabetes insipidus, soms bij onstekingen (pyometra)
1.006 - 1.010 te laag: mogelijk leverproblemen, nefrogene diabetes insipidus, ziekte v Cushing
1.010 - 1.020 laag: nierproblemen, hartproblemen, ontstekingen (pyometra)
1.020 - 1.030 laag normaal: waarschijnlijk geen bijzonderheden
1.030 - 1.040 normaal
groter dan 1040 hoog: te weinig drinken of bij veel drinken: suikerziekte !!!
Dierenkliniek de Toren

N.B. Normaliter is donkergekleurde urine geconcentreerder dan lichtgekleurde, en heeft dus ook een hoger soortelijk gewicht. Bij suikerziekte is de urine juist heel licht van kleur (door het vele drinken) maar heeft toch een heel hoog soortelijk gewicht door de aanwezigheid van de uitgeplaste suiker.
(Urine kan natuurlijk ook donker gekleurd raken door bloed).

Sediment:
Een gedeelte van de urine wordt gecentrifugeerd waardoor de afvalstoffen (welke het zwaarst zijn) onderin het urinebuisje terecht komen. Deze stoffen kunnen daarna onder de microscoop bekeken worden. Men kijkt naar de aanwezigheid van kristallen, het soort kristallen, rode bloedcellen, witte bloedcellen (ontstekingscellen) en weefselcellen waarmee de urinewegen bekleed zijn. Er bestaan verschillende soorten kristallen, en het is heel belangrijk voor de verdere behandeling om te weten welke soort gevonden wordt. De meest voorkomende zijn struvieten en oxalaten ( bv. calciumoxalaat). 
Zie verder hoofdstuk 9.

ADVIES:
Maak een aantekening van de uitslagen van de urineonderzoeken. Hier volgt wat ik altijd noteer:

Datum:
pH:
Bloed en aanwezigheid van hemoglobine:
Glucose (suiker):
Proteïne (eiwit):
Sg (soortelijk gewicht):
Sediment:


 
OMHOOG PRINT
© M.A. de Boer 2002-2008. Alle rechten voorbehouden.
Niets mag worden overgenomen van deze website in welke vorm dan ook zonder uitdrukkelijke toestemming van de auteur.